Pesten!

Download Pestprotocol van basisschool Fatima
Samengesteld : schooljaar 2008-2009
Herzien in januari 2014

Wat is het pestprotocol?
Het pestprotocol vormt de verklaring van de directie, het team en de ouders waarin is vastgelegd, dat men pestgedrag op school volgens een, vooraf, bepaalde handelswijze gaat aanpakken.
Uitgangspunt
Basisschool Fatima wil voor alle kinderen die de school bezoeken een veilige school zijn.
Dit brengt met zich mee dat wij expliciet stelling nemen tegen pestgedrag en concrete maatregelen nemen wanneer wij pestgedrag signaleren of gemeld krijgen.
Pesten of plagen?
Pesten is een wezenlijk groot probleem. Pestgedrag vind je bij kinderen van alle leeftijden en in alle bevolkingsgroepen. Het is belangrijk oog te hebben voor het onderscheid tussen pesten en plagen.

a. Plagen is vaak incidenteel, onbezonnen en spontaan negatief gedrag. M.a.w. het is eerder een onschuldige, eenmalige activiteit waarbij humor een rol kan spelen. Het herhaaldelijk en langdurig karakter ontbreekt hier. Het plagen speelt zich af tussen twee ( kinderen of groepen) min of meer gelijken.
b. Wanneer een leerlingen echter gepest wordt, betekent dit dat hij continue het slachtoffer is van pesterijen. Wat hij ook doet, het is nooit goed. Het pesten speelt zich ook niet tussen twee gelijken, maar de onmacht van het slachtoffer staat tegenover de almacht van de pester.

Preventieve maatregelen
De school vindt sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen belangrijk. Het respectvol omgaan met elkaar, het luisteren naar elkaar en het accepteren dat iedereen uniek is, vormen hierbij de uitgangspunten. De veiligheid van het klimaat op school wordt hier gelegd. Alleen in een dergelijk veilig klimaat is het voor kinderen mogelijk te komen tot goede resultaten.

Basisschool Fatima heeft de volgende preventieve maatregelen genomen om pesten te voorkomen:
In groep 7 nemen alle kinderen deel aan het “Marietje Kessels-project”. Hier leren de kinderen gevoelens van zichzelf en anderen herkennen; deze gevoelens uiten; respecteren van eigen grenzen en de grenzen van anderen; opkomen voor zichzelf; bewust zijn van de invloed van de groep.
Binnen het team is afgesproken om te werken volgens de “Vier stappen” bekend vanuit het Marietje Kessels project. Dit houdt in, dat wanneer kinderen het spelgedrag van anderen als minder prettig ervaren: “Nee gevoel”, zij dit in vier stappen duidelijk maken aan de medeleerling.

Stap 1: Vragen of de ander wil stoppen, omdat je het niet fijn vindt.
Stap 2: Wanneer het gedrag niet stopt, hetzelfde nog een keer zeggen, maar duidelijker en boos.
Stap 3: Duidelijk aangeven, dat je het tegen de leerkracht gaat zeggen, als het nu niet stopt.
Stap 4: Hulp halen bij de leerkracht.
De vier stappen worden aan de onderbouw vereenvoudigd aangeboden.

Het werken met een lessencyclus m.b.t. sociaal emotionele ontwikkeling. Deze manier van werken besteedt op een systematische wijze aandacht aan het pedagogisch klimaat, aan de verbetering van sociale vaardigheden en het omgaan met gevoelens. Basisschool Fatima gaat heel bewust om met haar “Drie gouden regels”. Dit zijn drie regels waar de kinderen regelmatig mee geconfronteerd worden en die wij beschouwen als een soort toetssteen van ieders handelen.

Kinderen van Fatima zijn aardig voor elkaar
Kinderen van Fatima brengen zichzelf en anderen niet in gevaar
Kinderen van Fatima houden hun school en de omgeving schoon

Aan het begin van ieder schooljaar bespreekt de leraar met de leerlingen de regels en afspraken in de groep.
Expliciet wordt er aandacht besteed aan pestgedrag; wat is pestgedrag en wat doet de leraar indien het toch voorkomt. Mede door de lessencyclus uit de methode “Kinderen en hun sociale competenties” worden de kinderen gevoelig gemaakt voor wat zij elkaar aan kunnen doen en voor de gevolgen die pesten heeft.
Met ingang van het schooljaar 2014-2015 gaan we in de groepen werken met groepsplannen voor gedrag. Hierin wordt vastgelegd, welke interventies er binnen de groep nodig zijn om bepaald gedrag van kinderen om te buigen. Als team werken we eraan om in de groep te komen tot een goed pedagogisch klimaat. Op deze manier is de school preventief bezig om het pestgedrag te voorkomen.
Wij starten meteen bij de start van het schooljaar om een goede chemie binnen de groep te creëren. Hiervoor wordt naast de lessen van “Kinderen en hun sociale competenties” ook uitgegaan van het boek “Positive Behaviour Support”. Ook de regels uit het pestprotocol worden aan het begin van het schooljaar expliciet besproken met de kinderen.
Wij nemen kinderen serieus. Iedere opmerking van een kind dat hij of zij geplaagd wordt, wordt serieus genomen. Naar aanleiding van een bericht dat een kind gepest wordt, wordt actie ondernomen.
Bij een probleem dat de leerling niet aan de leerkracht durft te vertellen, kan een kind naar de vertrouwenspersoon (ICP) gaan. Deze koppelt het probleem vervolgens terug naar de directeur. Geheimhouding van dit probleem moet bij deze terugkoppeling wel gewaarborgd zijn.
De inzet van schoolmaatschappelijk werk. De school kan gebruik maken van de schoolmaatschappelijk werker, deze heeft zowel taken op het preventieve vlak als meer op het curatieve. Leraren, ouders en kinderen kunnen gebruik maken van schoolmaatschappelijk werk.
De schoolmaatschappelijk werker maakt hierbij regelmatig gebruik van de methode “Van pesten naar samenwerken”. Dit gebeurt altijd in overleg met de IB-er en de groepsleerkracht. Als het uw kind betreft, zal de groepsleerkracht u hiervan altijd op de hoogte stellen.

De “vijfsporenaanpak” van het pestprobleem
Voor het kind, dat op school stelselmatig getreiterd wordt door een groep medeleerlingen, wordt het schoolgaan een angstig gebeuren. Het is een probleem dat voor het kind opgelost moet worden. Het kind begrijpt vaak niet waarom het gepest wordt. Wanneer dergelijke problemen niet snel opgelost worden, heeft dat verregaande gevolgen voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind.
Wanneer er sprake is van pestgedrag in een groep, is dit geen individueel probleem maar een groepsprobleem. Er zijn verschillende belanghebbenden: het gepeste kind, de pester(s), de zwijgende middengroep, de ouders en de leraar, maar het team kan ook een belanghebbende zijn bij een groepsprobleem.
Dit houdt in dat een aanpak van het verschijnsel, wil ze adequaat zijn, zich moet richten op een gelijktijdige hulp aan deze vijf groepen.
Het kind dat gepest wordt, is in principe een onschuldig kind, naar wie de agressie die zich in de groep bevindt, zich heeft verplaatst. Die agressie is gebaseerd op ondermeer frustratie die bepaalde kinderen thuis of op school ervaren. De kinderen durven deze agressie niet te uiten tegen de echte bron van frustratie. Zij verplaatsen in dit geval de agressie naar een kind in de groep.
Spoor 1.
De begeleiding van het gepeste kind
Het kind dat gepest is, heeft een heel vervelende ervaring meegemaakt. Het zal die moeten gaan verwerken. Het kind krijgt de gelegenheid om met een vertrouwenspersoon regelmatig te praten. Deze vertrouwenspersoon kan de eigen leraar zijn, maar ook iemand anders van het team. In overleg met de ouders kan ook de schoolmaatschappelijk werker de gesprekken voeren met de leerling. In ieder geval moet het kind alle vertrouwen hebben in deze persoon. Op vaste tijden moet het kind bij de vertrouwenspersoon komen, om te vertellen wat er zoal goed en fout is gegaan in die week. Het is zinvol dat de leerling de negatieve gebeurtenissen in een soort dagboek gaat schrijven. De vertrouwenspersoon kan dan al aan het aantal geschreven bladzijden zien of het met het kind goed is gegaan. Voor het kind is het belangrijk dat het vervelende gebeurtenissen van zich af kan schrijven.
De frequentie van de afspraken zal in het begin vrij groot zijn, later kan de frequentie, indien mogelijk, worden teruggebracht. Het initiatief van de bijeenkomsten zal, zeker in het beging van de vertrouwenspersoon uit moeten gaan. Het vertrouwen bij deze kinderen is vaak zo geschaad dat zij niet zelf hierin het initiatief durven nemen.
Spoor 2.
De informatie naar de ouders
Voor de ouders van het gepeste kind is het van belang dat de school ernst maakt met de aanpak van het pesten en dat zij er alles aan gaat doen om het kind te begeleiden. Over die begeleiding worden de ouders regelmatig geïnformeerd.
De ouders van de pester(s) moeten ook op de hoogte zijn van wat er met hun kind op school gebeurt. Zij moeten weten dat hun kind gedrag vertoont, waarover de school zich ernstig zorgen maakt en waarin de school verlangt van de ouders dat zij dit samen met de school gaat aanpakken.
Spoor 3.
De begeleiding van de pester
Kinderen die pesten hebben een zwakke controle over hun agressie. De hulp aan deze kinderen bestaat uit een aantal activiteiten.
Een gesprek waarin ondubbelzinnig zal worden aangegeven welk gedrag niet getolereerd zal worden. Dit wordt schriftelijk vastgelegd.
Een duidelijke afspraak over een vervolggesprek en welke straf er zal volgen indien het gedrag zich weer voordoet. Pestgedrag wordt binnen het team van de school gemeld, zodat al het personeel alert is.
Van alle gesprekken met de pester en/of ouders worden verslagen gemaakt. Indien deze activiteit geen oplossing biedt, voert de leraar een aantal probleemoplossende gesprekken met de leerlingen waarbij getracht zal worden de oorzaak van het pesten te achterhalen. Daarnaast proberen we de pester gevoelig te maken voor wat hij/zij aanricht bij het gepeste kind. Indien dit alles niet leidt tot een verbetering zal de ouders geadviseerd worden te kijken naar een andere school. In de schoolgids staat beschreven hoe
Spoor 4.
Hulp aan de zwijgende middengroep
De zwijgende middengroep is van vitaal belang voor de aanpak van het probleem. Als de groep eenmaal in beweging is gebracht, hebben kinderen, die pesten weinig meer te vertellen. De middengroep is eenvoudig te mobiliseren, niet alleen door de leraar, maar ook door de ouders. De ouders van de middengroep moeten zich bij de leraar kunnen melden als zij van hun kind horen, dat een kind stelselmatig gepest wordt. Deze ouders moeten weten dat ij hen niet als bemoeizuchtig bestempelen en waarin de school verlangt van de ouders dat zij dit samen met de school aanpakken.
Ouders kunnen hun kinderen op eenvoudige wijze gevoelig maken voor het onderwerp pesten door met hun kinderen hierover te praten. Door dit te doen geven zij in de eerste plaats aan, weet te hebben van dit verschijnsel. In de tweede plaats kunnen zij tegenover hun kinderen de eigen gevoelens over het pesten tonen. Zij zeggen dan bijvoorbeeld dat zij het verschrikkelijk vinden als kinderen elkaar pesten. Dat als hun kind het ziet, het niet mee moet pesten , maar stelling moet nemen. Indien het kind dit niet durft het altijd aan heb, als ouders of aan de leraar , moet vertellen. Praten over pesten is geen klikken. Ouders moeten zich altijd bij een leraar kunnen melden als zij van hun kind horen dat een kind stelselmatig gepest wordt. Wanneer het kind zelf slachtoffer wordt van het pestgedrag moet het dit altijd aan de ouders en de leraar vertellen. Ouders kunnen hun kind daarin ondersteunen en begeleiden.
Spoor 5.
De leraar – het team
De leraar heeft een belangrijke rol. De leraar zal ondubbelzinnig duidelijk moeten maken welk gedrag niet acceptabel is. Sfeer, regels en klimaat zijn heel belangrijke voorwaarden om pesten te voorkomen. De inzet van de lessen sociaal-emotionele ontwikkeling bieden een aantal hulpmiddelen om een positief klimaat tot stand te brengen. Maar dan nog kan het voorkomen dat deze hulpmiddelen niet effectief zijn en er toch nog gepest wordt.
Alle betrokkenen van basisschool Fatima zijn alert om pesten te voorkomen. Zij beseffen dat pesten eerder ontstaat in groepen, waarin onvoldoende structuur en duidelijkheid is. Wij vinden de leraar heel belangrijk bij het signaleren van pesten binnen de groep. Wanneer er vermoedens zijn, spreekt hij de pesters aan. Indien gewenst kan hij het klimaat in de groep bespreken met de IB-er en/of de directeur. De leraar biedt de gepeste leerling bescherming en spreekt ook de middengroep aan. Wanneer bekend is wie de pester is, dan wordt deze aangesproken. Daartoe heeft de leraar een aantal hulpmiddelen ter beschikking; en kan teruggegrepen worden op het protocol, waarin aangegeven wordt welke afspraken er gemaakt zijn en welke de eventuele straffen zullen zijn indien de leerlingen zich niet aan de afspraken houden.

De regels van het pestprotocol:
1. Iemand niet op uiterlijk beoordelen
2. Niemand buitensluiten
3. Niet aan spullen van anderen zitten
4. Elkaar geen bijnaam geven, niet uitschelden
5. Elkaar niet uitlachen
6. Niet roddelen over elkaar
7. Elkaar geen pijn doen
8. Elkaar nemen zoals je bent
9. Geen partij kiezen ( bij ruzie)
10. Geen aandacht aan de pester schenken. Blijft de pester doorgaan, dan aan de leraar vertellen
11. Leraar vertellen wanneer jezelf of iemand anders gepest wordt ( dit is geen klikken)
12. Eerst samen een ruzie uitpraten, waarna vergeven en vooral vergeten
13. Luisteren naar elkaar
14. Nieuwkomers op school goed ontvangen en goed opvangen

Protocol digitaal pesten ( cyberpesten)
Digitaal pesten is één van de verschillende vormen van pesten.
Cyberpesten gebeurt vaak buiten school. Het ruziën en pesten gaat op school door. Schoolresultaten lijden eronder. Er ontstaat een onveilig klimaat. Kinderen kunnen minder goed leren. Het is een groeiend probleem. Daarom is een aanvulling op het huidige pestprotocol van basisschool Fatima van groot belang. Dit protocol stuurt aan op een integrale aanpak in samenwerking met de ouders.

Er zijn verschillende vormen van cyberpesten: anonieme berichten versturen via MSN en SMS, schelden, roddelen, bedreigen, foto’s van mobieltjes en webcam op internet plaatsen, privégegevens op een site plaatsen, wachtwoorden stelen en misbruiken, haatprofielen aanmaken, virussen sturen en het versturen van een a-mail bom. Niet al deze vormen zul je vinden op de basisschool, maar toch is het van belang te weten waarin cyberpesten kan ontaarden.

De effecten van cyberpesten kunnen erger zijn dan bij traditioneel pesten. De leerkracht bespreekt met de groep de voordelen én risico’s van het gebruik van de social media.

Basisschool Fatima kiest voor een curatieve aanpak:
Signalen betreffende cyberpesten nemen we altijd serieus. Wanneer de leerkracht signaleert, dat er sprake is van cyberpesten, volgt hij onderstaand stappenplan.
1. Gesprek met de gepeste leerling en gesprek met de dader(s)
Deze twee onderdelen vallen beiden onder de eerste stap. Ze dienen naast elkaar uitgevoerd te worden. Het is namelijk van belang dat er met zowel het slachtoffer als met de daders in gesprek gegaan wordt. Daarvoor dienen de dader(s) dus opgespoord te worden. Er moet worden afgewogen of de gesprekken afzonderlijk plaatsvinden of dat dit in een driegesprek (leerkracht, slachtoffer, dader) kan plaatsvinden. Hierbij worden duidelijke afspraken gemaakt over het vervolg.
Gesprek met de gepeste leerling
Het is van belang dat de leerkracht:

– Deze leerling en diens klacht serieus neemt
– De leerling zijn verhaal laat doen en daar de tijd voor neemt
– Zich probeert in te leven in de leerling
– Geen verwijten maakt. Dat maakt het onveilig voor de leerling, waardoor deze minder zal vertellen of zelfs helemaal niets meer zal vertellen.
– De leerling de tip geeft om de poster te blokkeren en/of te verwijderen wanneer het om digitaal pesten gaat.
– Door blijft vragen. Vooral wanneer het gaat om een gesprek met een leerling na het signaleren van digitaal pesten. De leerling zal niet snel vertellen dat hij/zij gepest wordt of zelf pest.

Opsporen van de dader(s)
Soms zal bekend zijn wie de pester is soms niet. Wanneer niet bekend is wie de pester is, zal er getracht moeten worden om dit op te sporen. Dit kan gedaan worden door gesprekken te bewaren en uit te printen. In deze gesprekken kunnen aanwijzingen staan over wie de dader is.
Op basisschool Fatima is het niet toegestaan gebruik te maken van websites als Hyves, Facebook of het bekijken van de mail. De dader kan wellicht ook worden gevonden door in de groep te praten over wat er is gebeurd.

Gesprek met de dader(s)
Hierbij is het van belang:
– In te gaan op wat er gaande is
– Door te vragen
– Goed te luisteren naar de kant van het verhaal van deze leerling en dit serieus te nemen
– Te wijzen op de mogelijke gevolgen voor de gepeste leerling
– Duidelijk te maken dat de leerling zich schuldig maakt aan een ernstig feit en dat dit in sommige gevallen zelfs strafbaar is

Als het pesten op deze manier bespreekbaar wordt gemaakt, bestaat wel het gevaar dat het slachtoffer opnieuw door de pester(s) te grazen wordt genomen. Vandaar dat er op school een pestbeleid is en dat de leerkrachten oog houden voor het pestgedrag. Bij goed pestbeleid is de kans op herhaling kleiner. Dit wordt besproken in het team en met de directeur.

2 Ouders/verzorgers van de leerlingen op de hoogte stellen

De leerkracht informeert zowel de ouders/verzorgers van de gepeste leerling als de ouders/verzorgers van de pester zo spoedig mogelijk over wat er speelt. Dat gebeurt bij voorkeur vóór het gesprek met de betrokken leerlingen. Denk hierbij aan het volgende:

– De leerkracht vraagt de ouders of zij de signalen herkennen. Wanneer zij niet weten wat de signalen zijn, kan de leerkracht hen hierover informatie geven.
– De leerkracht vertelt de ouders dat het niet hun schuld is
– De leerkracht informeert de ouders over de afspraken die met de leerlingen zijn gemaakt, wanneer het gesprek met hen al heeft plaatsgevonden.
– De leerkracht vertelt de ouders welke maatregelen zij kunnen nemen/ wat zij kunnen doen.

Het team en de directeur van basisschool Fatima streven er naar om (digitaal) pesten te stoppen, of liever nog te voorkomen. Dit zal niet altijd lukken, omdat deze vorm van pestgedrag zich buiten school afspeelt. Toch vinden we het erg belangrijk om te doen wat in ons vermogen ligt. Immers kinderen kunnen pas goed leren als ze zich veilig voelen.

Naslagwerk en methoden

– Methode “Kinderen en hun sociale talenten”
– Groepsplan gedrag van Kees van Overveld
– Van pesten naar samenwerken van Sue Young
– Kids Skills van Ben Ferman
– ‘Spelen zoals: “Kikker be cool”en “Doos vol gevoelens”.

 

Reacties zijn gesloten.